Als we niet uitkijken, zitten we over een jaar of tien met een heel groot tekort aan technisch talent in de energiesector in Lifeport Regio Arnhem Nijmegen. Dat is de moeilijke boodschap die het onderwijs, de overheid en het bedrijfsleven ons brengen. Maar gelukkig gloort er ook licht aan het eind van de tunnel. Met het Energy Talentplan hebben de partijen een strategisch, regionaal samenwerkingsprogramma ontwikkeld dat de toekomstige tekorten nu al tegengaat. Over dit Talentplan spraken wij met dr. Sarah Detaille, associate lector Arbeidsmarkt & Onderwijs aan de HAN University of Applied Sciences en Adam Galijašević, programmamanager Human Capital regio Arnhem-Nijmegen van The Economic Board.
Een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is essentieel voor het succes van de technische sectoren en de energietransitie. Maar zonder ingrijpen dreigen de tekorten de komende tien jaar dramatisch toe te nemen. Bovendien is het een uitdaging om het beschikbare talent op de juiste manier te benutten, zegt Galijašević. “Het Energy Talentplan pakt de grote tekorten aan technisch talent in de energiesector aan zodat de energietransitie versneld gerealiseerd kan worden.”
Lectoraat Human Capital Innovations
Tientallen regionale bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden werken onder regie van The Economic Board samen in een breed gedragen Human Capital Akkoord. Dit akkoord ondersteunt de verschillende partijen bij hun human capital-vraagstukken. Hoe dat uitpakt, wordt uiteraard goed onderzocht. Detaille: “Het lectoraat Human Capital Innovations van de HAN gaat het komende jaar de impact van de Human Capital Akkoord en daaruit voortvloeiende programma’s zoals het Talentplan Energy en Lifeport Semicon Talentplan in kaart brengen.”
Co-creatie is cruciaal
Onderwijsinstellingen, overheden en het bedrijfsleven zijn nog altijd niet helemaal op elkaar afgestemd. En dat terwijl ze elkaar wel hard nodig hebben: het onderwijs heeft werkervaringsplekken nodig, de overheid heeft baat bij een ruime werkgelegenheid en voldoende personeel voor de maatschappelijke opgaven, het bedrijfsleven is op zoek naar goed opgeleid talent. Maar het volstaat niet meer om in je eigen cocon af te wachten tot de ander iets doet. Die tijd is voorbij, concludeert Detaille. “Om het allemaal op elkaar aan te laten sluiten is maatwerk nodig, en dat bereik je door intensief overleg en gestructureerde samenwerking. Die co-creatie van de drie partijen is van cruciaal belang!”
Energy Talentplan
Daarom dus: het Energy Talentplan. Dit plan richt zich op het werven, opleiden, omscholen, behouden en aantrekken van talent voor de energiebranche. Galijašević: “Die branche is sterk vertegenwoordigd in de regio, maar staat voor een grote vraag naar vakmensen de komende tien jaar: naar verwachting zijn ongeveer 15.000 extra professionals nodig, van monteurs tot systeemarchitecten.” Het Energy Talentplan is nodig om het tekort aan technisch talent terug te dringen. Bovendien richt het plan zich op het stimuleren van innovatie, opleiden van innovatieve profielen en nieuwe vaardigheden en kennis om de energietransitie te versnellen. “Op die manier kan de regio Arnhem-Nijmegen koploper blijven als energie-hotspot in Nederland.”
Doelstellingen
Het plan brengt onderwijsinstellingen (mbo, hbo, wo), bedrijven en overheden samen, legt Detaille uit. “Ze stemmen opleidingen en leertrajecten op elkaar af, ontwikkelen innovatieve programma’s en stimuleren initiatieven zoals arbeidsmatchplatforms, stages en evenementen om talent vroeg te betrekken en (om) te scholen.” Galijašević vult aan: “Zo komt er meer technisch talent beschikbaar voor de energiesector, wordt de toonaangevende positie van de regio op dit gebied versterkt en wordt de energietransitie versneld door voldoende gekwalificeerde professionals.”
Technisch talent voor de energietransitie
Een duurzame aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt vraagt om structurele samenwerking, flexibiliteit in opleidingsaanbod en intensieve betrokkenheid van bedrijven. Detaille: “Alleen zo kan voldoende technisch talent worden opgeleid en behouden voor de energietransitie.”
