De regio Arnhem–Nijmegen behoort tot de koplopers in Nederland op het gebied van energietransitie en circulaire innovatie. Van de groene industrie in Arnhem tot de warmtenetten en circulaire hubs in Nijmegen: bedrijven en organisaties worden uitgedaagd en geïnspireerd om te verduurzamen. In deze themaspecial onderzoeken we hoe ondernemers uit de regio samenwerken, innoveren en toekomstbestendig ondernemen. Met onderstaande vragen belichten we de kansen en uitdagingen die specifiek zijn voor dit gebied.
Wat doet uw organisatie en wat maakt het bijzonder?
Mario van den Akker, regiomanager Nijmegen bij Hagemans: Hagemans is een vastgoedonderhoudsbedrijf uit Nijmegen met bijna 100 jaar ervaring. We richten ons op het onderhouden, renoveren, transformeren en verduurzamen van bestaand vastgoed. Bijzonder is onze rol als ketenpartner: we werken integraal samen met professionele vastgoedeigenaren. Daarbij kijken we verder dan techniek, met aandacht voor gebruikers, rendement en maatschappelijke impact.
Jet van Zwieten, directeur van Cleantech Park Arnhem: Cleantech Park Arnhem is een innovatieve productiecampus. Hier werken bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen samen aan oplossingen voor de energie- en circulaire transitie. Wat ons bijzonder maakt, is de combinatie van fysieke ruimte, gedeelde faciliteiten, een creatief cluster en een actieve community. Hierdoor kunnen innovaties sneller ontwikkeld, getest en opgeschaald worden. Daarnaast hebben wij geen netcongestie op ons park doordat we stroom slim verdelen. Er is nog voldoende ruimte om nieuwe bedrijven aan te sluiten.
Johnny Hesp, energiemanager bij Hendriks Vastgoedbeheer: Hendriks is een ontwikkelende bouwer met vestigingen in Oss en Nijmegen en een sterke regionale basis. We combineren ontwikkeling, bouw, techniek, energie, onderhoud en beheer en nemen verantwoordelijkheid voor de hele levenscyclus van gebouwen. Bijzonder is onze focus op toekomstbestendige woningbouw: energiezuinig, gezond en betaalbaar, met aandacht voor circulariteit en samenwerking in de keten.
Erik Folgering, programmamanager bij SEECE (Sustainable Electrical Energy Centre of Expertise): SEECE is een Centre of Expertise, verbonden aan de HAN University of Applied Sciences, waarin partijen samenwerken aan een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem. In deze publiek-private samenwerking richten ondernemingen, onderwijs, onderzoek en overheden zich op de benodigde transities in leren en ontwikkelen, technologie en maatschappelijke samenwerking. Key partners van SEECE zijn Alliander, Cleantech Park Arnhem, DNV, ElaadNL, KEMA Labs, TenneT en de HAN.
Lars Peters, manager circulariteit & duurzaamheid bij EKI B.V.: EKI is een Nijmeegs familiebedrijf in rubber- en schuimoplossingen, met korte lijnen en een sterke focus op mens en milieu. We opereren in een keten met impact, maar kiezen er bewust voor die inzichtelijk te maken en te verminderen. Wat ons bijzonder maakt, is dat we duurzaamheid niet alleen toepassen in onze processen, maar ook actief kennis delen met klanten en partners.
Welke stappen zet uw organisatie in de energietransitie of op het gebied van circulair ondernemen?
Van Zwieten (Cleantech Park Arnhem): Bedrijven op Cleantech Park Arnhem werken aan de energie- en circulaire transitie. Zij ontwikkelen oplossingen voor duurzame opwek, opslag, distributie en efficiënt energiegebruik. Denk aan slimme netwerken en opslag in batterijen en waterstof om CO2-uitstoot te verminderen. Ook sluiten zij waardeketens via volledige materiaalrecycling, waaronder batterij-demontage en het ontwikkelen van biobased materialen als verduurzaamd hout. Wij faciliteren en dragen zelf bij met 24.000 zonnepanelen. Daarnaast werken we samen met partners aan warmteterugwinning uit koelingsinstallaties en aansluiting op het warmtenet.
Folgering (SEECE): De energietransitie is een urgente, complexe en grote maatschappelijke uitdaging. Het gaat om vraagstukken die door geen enkele partij alleen kunnen worden gerealiseerd. Enkel in samenspel vanuit diverse verantwoordelijkheden, tussen verschillende rollen en disciplines en met een gedeeld belang. SEECE beheert de kunst om groot te denken en klein te beginnen: we laten zien dat het kán, in nieuwe leervormen, in technische systeemintegratie en in cross-sectorale samenwerking.
Peters (EKI B.V.): Ons pand heeft een A++-energielabel en ruim 10.000 zonnepanelen, goed voor circa 10.400 MWh en meer dan 7.000 ton CO2-besparing. Overtollige energie stellen we via Vandebron beschikbaar aan zo’n 800 huishoudens. Daarnaast hebben we ons afvalmanagement geprofessionaliseerd, monitoren we reststromen en doen we onderzoek naar circulaire toepassingen van EPDM. We zijn actief binnen Plasticycle 4.0 en partner van het Circulair Rubber Platform.
Hesp (Hendriks Vastgoedbeheer): Wij zetten vol in op het toekomstbestendig maken van woon- en utiliteitsgebouwen en gebieden. Dit doen we door energieverbruik structureel te verlagen, duurzame energiesystemen te ontwikkelen en slim om te gaan met netcapaciteit. Tegelijk kiezen we steeds vaker voor circulaire oplossingen, zoals hergebruik van materialen en ontwerpen met een lange levensduur. Zo zorgen we ervoor dat duurzaamheid niet iets extra’s is, maar een logisch onderdeel van verantwoord bouwen en beheren.
Van den Akker (Hagemans): Wij verduurzamen bestaande gebouwen via renovatie, energiebesparing en onderhoud. Daarbij kijken we breder dan alleen de warmtevraag of het energieverbruik. We hebben aandacht voor circulariteit en klimaatadaptatie, zodat gebouwen weer toekomstbestendig zijn. Intern werken we met een duidelijke duurzaamheidsstrategie en concrete doelstellingen richting 2050. We zijn goed op de hoogte van de Nationale Prestatieafspraken en vertalen deze in onze aanpak. Daarbij zoeken we steeds de juiste balans tussen betaalbaarheid, beschikbaarheid, verduurzaming en leefbaarheid in bestaande wijken.
Hoe werkt u hierbij samen met partners uit de regio Arnhem–Nijmegen, zoals de lokale overheden of andere bedrijven?
Folgering (SEECE): Álles wat SEECE doet, doen we met partijen in de regio en daarbuiten, in het kader van drie belangrijke samenwerkingsverbanden. Zo is SEECE namens de HAN partner voor Connectr in verbinding met de kennisinstellingen in de regio. We faciliteren praktijkgericht onderzoek in het Powerlab met Elaad NL in het kader van het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie. Ook voeden we het regionale Talentplan Energy met onze programma’s in Leven Lang Ontwikkelen (LLO).
Hesp (Hendriks Vastgoedbeheer Nijmegen): We werken projectmatig samen met gemeenten, corporaties, netbeheerders en regionale leveranciers om plannen haalbaar en schaalbaar te maken. Denk aan afstemming over netcongestie, warmtenet- of all-electric keuzes en vergunningstrajecten. Daarnaast zoeken we ketensamenwerking met installatiepartners en circulaire aanbieders om innovaties sneller in de praktijk te brengen.
Van den Akker (Hagemans): We werken intensief samen met woningcorporaties, ketenpartners en collega-bouwbedrijven in de regio. In deze ketensamenwerkingen nemen we steeds vaker een regierol, waarbij we gezamenlijk sturen op integrale oplossingen voor onderhoud en verduurzaming van bestaande gebouwen en complete wijken. Ons inkoopbeleid is gericht op samenwerking met lokale en regionale partners, die onze voorkeur hebben. We werken met partijen die dezelfde ambities delen op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en samenwerking.
Peters (EKI B.V.): We werken actief samen met regionale partijen. Zo hebben we gebruikgemaakt van subsidies van de provincie Gelderland en de gemeente Nijmegen voor materiaalonderzoek en biodiversiteit. We nemen deel aan netwerkevenementen en stellen onze locatie beschikbaar voor initiatieven zoals de Groene Metropoolregio. Daarnaast is onze directie betrokken bij regionale netwerken zoals Lifeport@. Samenwerking is voor ons essentieel om stappen te kunnen zetten.
Van Zwieten (Cleantech Park Arnhem): Samen met gemeente Arnhem, provincie Gelderland en HAN is Connectr opgericht om de energietransitie te versnellen. Vanuit Energyhub Arnhem delen we via een capaciteitsdeelsysteem energie-assets en netcapaciteit met omliggende terreinen en de gemeente Arnhem. Daarnaast onderzoeken we met TenneT en Liander een netcongestieset met een gereviseerde gasturbine om pieken op te vangen. En met Karbouw ontwikkelen we een Circulaire Grondstoffenbank (circulaire hub) op het park voor hoogwaardig hergebruik van bouwmaterialen. Radboud Universiteit en Via-T ondersteunen dit, passend bij regionale woningbouwambities voor 2030.
Welke praktische keuzes hebben het meeste resultaat opgeleverd, en welke uitdagingen komt u onderweg tegen?
Peters (EKI B.V.): De grootste impact zit in het aangaan van de juiste samenwerkingen. Van kennisinstellingen als de HAN en het Radboud tot startups als ‘Soortenrijk’ en leveranciers. Tegelijk blijven uitdagingen bestaan. Zo hebben we bewust afscheid genomen van een onbetrouwbare afvalpartner en gekozen voor een lokale partij die wel levert wat nodig is: ‘Swartjes’. Dat zorgt voor rust in de operatie en betere resultaten. Blijven schakelen en verbeteren hoort daar altijd bij.
Van Zwieten (Cleantech Park Arnhem): Een belangrijke keuze is het slim delen van energie via Energyhub Arnhem en het Capaciteitsdeelsysteem. Hierdoor wordt infrastructuur beter benut ondanks netcongestie. Samenwerking tussen bedrijven, overheid en onderwijs versnelt daarnaast testen en opschaling. Marktacceptatie blijft echter uitdagend door lange aanlooptijden en terughoudende klanten. Via gedeelde faciliteiten zoals het Connectr Energy Demo Field, kunnen bedrijven flexibel installaties huren, sneller vergunningen regelen en gebruikmaken van een gedeelde netaansluiting. Zo testen zijn sneller, bouwen ze vertrouwen op en verkorten doorlooptijden. Uitdagingen blijven netcongestie, beperkte energie en ruimte, complexe regelgeving en grote investeringen bij opschaling.
Van den Akker (Hagemans): De keuze voor langdurige ketensamenwerkingen en integraal onderhoud heeft veel impact: efficiënter werken en betere duurzame resultaten. Resultaatgericht samenwerken helpt ons om onderhoud en verduurzaming slim te combineren en planmatig aan te pakken. Zo realiseren we structureel betere energieprestaties, minder materiaalverspilling en verlengen we de levensduur van gebouwen en onderdelen. Tegelijk blijft de uitdaging groot: betaalbaarheid, complexe regelgeving en het combineren van technische, sociale en duurzame ambities binnen bestaande bouw.
Folgering (SEECE): Afstemmen, doen en daarvan leren. Bijvoorbeeld in LLO-programma ‘GET IT’, waar twaalf Gelderse onderwijspartijen samenwerken om werkgevers sneller en flexibeler te helpen met professionaliseringsvragen in de energietransitie. Of in het traineeship Operational Network Program (ONP). Hierin bieden we samen met Qirion schoolverlaters van havo, vwo of mbo de kans om werken en leren te combineren. Dat zijn nieuwe trajecten; niet altijd gemakkelijk, maar partijen willen wel!
Hesp (Hendriks Vastgoedbeheer): Het meeste resultaat zien we door vroeg in het ontwerp bewuste keuzes te maken op het gebied van energie, materiaal en maakbaarheid en door vaste ketenpartners te betrekken. Ook helpt het om prestaties meetbaar te maken (CO2/MPG) en standaarden toe te passen. Uitdagingen zijn kosten- en leveringsdruk, netcongestie, veranderende regelgeving en het borgen van circulariteit in inkoop en uitvoering.
Welke innovaties of regionale ontwikkelingen ziet u als versneller voor uw duurzame ambities?
Van Zwieten (Cleantech Park Arnhem): Innovaties zoals modulaire bouw en levenscyclus denken, versnellen verduurzaming. Samenwerkingen met houtbouwers bieden nieuwe, duurzame woonconcepten. Standaardisatie, regionale netwerken en kennisdeling helpen om de bestaande voorraad sneller op te schalen. Ook innovaties op het gebied van energieopslag, slimme energienetwerken en flexibilisering van energiegebruik zijn belangrijke versnellers. Systemen zoals ons Capaciteitsdeelsysteem spelen hierin een grote rol. Regionaal verbinden Connectr en Energyhub Arnhem partijen. Ze maken sneller experimenteren en opschalen mogelijk.
Peters (EKI B.V.): We zien dat er in toenemende mate subsidies beschikbaar worden gesteld om de duurzame transitie te laten excelleren. Daarnaast zien we dat verschillende leveranciers zijn aangesloten bij certificeringsinitiatieven zoals ISCC+. Hiermee worden ketenbrede CO2-berekeningen mogelijk gemaakt. Omdat het grootste deel van EKI’s impact op het milieu in de waardeketen zit, ben ik erg enthousiast over deze ontwikkeling.
Hesp (Hendriks Vastgoedbeheer): Versnellers zijn industrialisatie (prefab/modulair), datagedreven sturen op prestaties en de groei van regionale, circulaire ketens voor hergebruik en biobased. Ook gezamenlijke initiatieven rond warmtenetten, energiehubs en renovatieprogramma’s helpen om schaal te maken. In de regio zien we veel kennis- en testlocaties. Dat helpt om innovaties snel in een pilot te brengen en daarna op te schalen.
Van den Akker (Hagemans): Innovaties zoals modulaire bouw en levenscyclus denken, versnellen verduurzaming. Samenwerkingen met partijen zoals houtbouwers bieden nieuwe, duurzame woonconcepten. Daarnaast helpen standaardisatie, regionale netwerken en kennisdeling om sneller op te schalen in de aanpak van bestaande voorraad.
Folgering (SEECE): Veel energiepartijen hebben hun wortels in de regio en spelen nationaal en internationaal een belangrijke rol in de energietransitie. Voldoende en goed opgeleide professionals zijn hard nodig om huidige uitdagingen aan te gaan, zoals verzwaring van het elektriciteitsnet. Maar ook om in innovatieve rollen de transitie te realiseren. Talentplan Energy gaat helpen om bestaande samenwerkingen voor met name die innovaties verder uit te bouwen en om nieuwe partijen aan te sluiten.
Hoe ziet uw organisatie eruit over 5 of 10 jaar, in het licht van de energietransitie en/of circulaire economie?
Hesp (Hendriks Vastgoedbeheer): Over 5 tot 10 jaar willen we aantoonbaar bouwen en beheren met een veel lagere CO2-footprint, met een (grotendeels) emissievrije bouwplaats en een steeds groter aandeel biobased en hergebruikte materialen. We verwachten meer ketenintegratie, digitalisering en prestatiecontracten, waarbij we naast nieuwbouw vooral versnellen in renovatie en verduurzaming van bestaande wijken.
Folgering (SEECE): Idealiter is SEECE dan niet meer nodig, omdat samenwerking in de regio in de ontwikkeling van talent en technologie voor de energietransitie structureel verankerd is. Gelet op het belang, mitigatie van klimaatverandering, is dat eerder vroeger dan later nodig. Echter, samenwerken is uitdagend, leren en ontwikkelen is een continu proces en toepassen van technologische oplossingen is iets wat met zorg en aandacht moet gebeuren. Daar blijft SEECE graag een integrale rol in spelen.
Van den Akker (Hagemans): Over 5 tot 10 jaar zijn voor ons meer dan 75% van de toe te passen materialen circulair. We maken veel beter gebruik van bestaande materialen en zijn minder afhankelijk van de huidige energiesystemen. Met elkaar hebben we een grote stap gemaakt. We ontwikkelen ons als regisseur in de keten en sturen steeds meer op data en prestaties. Circulariteit en energietransitie zijn een vast onderdeel van onze aanpak, met schaalbare en toekomstbestendige oplossingen.
Van Zwieten (Cleantech Park Arnhem): Samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven en een sterke community versnelt een sector aanzienlijk. Connectr legde hiervoor een stevige basis binnen de energietransitie. De circulaire transitie vraagt vaak direct om grotere schaal, met uitdagingen als hoge kapitaalbehoefte, schaarse energie, ruimte vergunningen. Onze ambitie is drempels verlagen voor circulaire bedrijven met een omgeving waarin zij kunnen starten, samenwerken en opschalen. Dit doen we door passende bedrijven te selecteren, ontmoetingen te stimuleren, ruimte te bieden aan startups en gedeelde faciliteiten te ontwikkelen.
Peters (EKI B.V.): EKI heeft zich al voor langere tijd gecommitteerd aan het duurzaam ondernemen. Hierover is meer te lezen op onze website. We houden de progressie jaarlijks bij door er een CSRD-rapportage over te schrijven. Deze rapportages geven telkens nieuwe inzichten en richting. Het stelt EKI in staat om haar eigen prestaties en knelpunten onder de loep te leggen en doelen te stellen voor het waarborgen van groei en continuïteit.
